Gefascineerd kijk ik naar de wesp aan de binnenkant van mijn raam. Hij wil naar buiten.
Verwoed ramt hij met zijn hele lijfje tegen het glas: BAM, BAM, BAM, steeds opnieuw.…
Ik begrijp het best, wesp snapt helemaal niet dat dit rare scherm dat wij ‘raam’ noemen hem nu tegenhoudt. Hij ziet waarschijnlijk het licht en de planten. Daar moet ik toch heen?

Ik vraag me zo af dat als ie 3x zijn koppie heeft gestoten, wesp misschien een andere route gaat bedenken. Maar nee: BAM, BAM, BAM, steeds opnieuw. Soms kruipt hij versuft even over het kozijn en dan probeert hij het volhardend nog maar eens. Het doel is immers voor ogen, we zijn er bijna: BAM…..

Hoe vaak blijf ik zelf niet in een cirkeltje ronddraaien? Schouders eronder en doorpakken. “Nog even doorbijten”, zeg ik tegen mijzelf. Het lijkt wel of ik maar 1 route ken, nl die ik heb bedacht en helder voor ogen heb. Ondertussen neem ik alle obstakels en pijn voor lief: BAM.
We zijn er bijna….

Ik gun de wesp dat hij eens wat verder weg zou vliegen van het raam, want de deur naar buiten staat gewoon open. Even afstand nemen en hij ziet het. Het innemen van een metapositie of 3e positie zoals ze dat in de psychologie noemen. Door het kijken naar het grote geheel heb je overzicht. Het gefixeerd blijven op 1 probleem ontneemt je dit overzicht en de ruimte. Door een metapositie in te nemen haal je jezelf uit de verstikking.

Maar goed, wesp heeft geen psychologie gehad, dus ik zet het raam maar open.
Hij zoemt weg.
Toch vraag ik me nu af: Zou hij thuis gaan vertellen dat het loont heel vaak je kop te stoten en dat er dan vanzelf een raam opengaat? Misschien had ik wesp niet moeten helpen.
Hard, maar wel leerzaam.