Ken je ze? Peuters tekenen ze: een groot hoofd, geen romp, voeten onder het hoofd en soms nog harken als armen. De kopvoeters.
Ik houd van kopvoeters. Ze komen regelmatig in mijn praktijk: de managers, bestuurders en directeuren. Diepe denkers zonder romp die snel weer doorrennen naar de volgende afspraak.

De kopvoeter leeft voor zijn bedrijf en weet niet goed meer hoe te voelen. Hij analyseert, is zeer precies in zijn woordkeuze en bovenal langdradig. Wanneer hij spreekt, lijkt het wel of ik deel uitmaak van zijn ondernemingsraad waarbij hij mij moet overtuigen middels een duidelijke uiteenzetting van zijn weloverwogen standpunt.
Ik schop zijn vakkundige uiteenzetting natuurlijk vreselijk in de war als ik vraag: “Mag ik je even onderbreken. Stel dat je hart een mond zou hebben, wat zou het dan willen vertellen?”
Grote ogen kijken mij aan. Soms gaat de analyse gewoon weer verder en soms valt het stil en word ik onbegrepen aangestaard.
Mijn eerste doel is de kopvoeter uit de analyse te halen en dichter bij zijn lijf te brengen. Hoe voelt iets? Als je deze woorden uitspreekt, welke emotie voel je dan? Voel je ergens onrust in je lijf als je dit verhaal vertelt? Etc etc.
Misschien simpele vragen voor jou en mij, maar een behoorlijke klus voor de kopvoeter. Zijn emoties worden niet gevoeld, maar ontleed en gecategoriseerd. Liever op een afstand naar problemen kijken dan ze -werkelijk- voelen. Voelen is heel spannend en dingen die wij spannend vinden houden we graag op een afstandje. En geloof me, dat is meestal niet een bewuste keuze.
Het is makkelijker diep na te denken over een probleem dan heel diep te voelen.
“Als mijn hart een mond zou hebben?” herhaalt de kopvoeter nogmaals. “Wat een lastige vraag…”

Ik maak een tussenstap en we doen de bodyscan (zie oefening). Langzamerhand verandert de frons in een zachte blik, ogen die wat lijken te staren en een ademhaling die laag zit en ontspannen is.
“Ik krijg opeens herinneringen van mijn ouders en toen ik als jongetje nog bij hun thuis woonde.”
“Kan je mij vertellen wat je ziet? Waar precies ben je?”
De oefening vervolgt en herinneringen en de belevingswereld van de kopvoeter worden omschreven en gevoeld.
Hij vertelt over dat ene moment, een fijn gevoel, warmte van thuis, de geborgenheid die hij ervoer als kind, een gezellig huis, eten aan de grote tafel gedekt met een plastic tafelkleed met patronen.
“Wat mis ik dat…..de warmte van vroeger. De geborgenheid. Ik voel me de laatste tijd zo alleen”.

De kopvoeter krijgt een romp.

Ode aan de kopvoeter en het moment dat hij voelt ipv analyseert. Dat moment is voor mij als therapeut onbeschrijflijk mooi. De verwondering die plaatsvindt. De mond die licht openvalt van verbazing. Soms zelfs ontroering en een traan. Ook soms boosheid over dat het voelen van emoties in je lijf zo lang niet aan bod zijn gekomen en daarmee de miskenning van je eigen zijn.
Ode aan de kopvoeter die het vertrouwde analyseren durft los te laten en zich op onontgonnen terrein begeeft en durft te voelen.

De bodyscan.

Ga rustig op een stoel zitten met beide voeten op de grond. Liggen mag ook.
Start bij je tenen en ‘scan’ je lijf: voeten, kuiten, bovenbenen tot aan de kruin van je hoofd.
Dit werkt al heel ontspannend.
Is er een gebied in je lijf dat misschien aandacht vraagt? Een onrustig gevoel, een drukkend gevoel, een leeg of verdrietig gevoel? Ja? Leg je hand maar op de die plek. Je hoeft en gaat niets veranderen. Het is zoals het is. De druk ergens iets te -moeten- kennen we allemaal maar al te goed. Ont-moet eens en ontmoet de plek die aandacht vraagt. Blijf bij die plek door alleen maar rustig met aandacht te voelen. Misschien baal je van die plek. Probeer met milde ogen te kijken naar een plek in je lijf die misschien al een tijdje geen aandacht van je heeft gehad.
Op deze manier heb je kort en diep contact met je lijf.